header_cardiologen3

Bloedverdunners

Bloedverdunners, ook wel anticoagulantia genoemd, zorgen ervoor dat het bloed minder snel stolt. Dat doen ze door eiwitten die bij het stollingsproces betrokken zijn te onderdrukken. Daardoor kunnen minder snel bloedstolsels ontstaan. Hoewel de naam anders doet vermoeden wordt het bloed zelf niet dunner. Bloedverdunners worden voorgeschreven bij pijn op de borst (Angina Pectoris), na een hartinfarct, na een klepvervanging middels een mechanische klep, bij boezemfibrilleren en vaatziekten zoals trombose.

 

Bijwerkingen

Bloedingen die langer duren, blauwe plekken. Bij bloed in de urine of ontlasting, bloed opgeven, grote huidbloedingen en langdurige bloedingen moet een arts worden ingeschakeld.

 

Trombosedienst

Bij het gebruik van bloedverdunners is regelmatige controle van het bloed door de trombosedienst noodzakelijk. Aan de hand van de uitslag van de INR-waarde stelt de doserend arts vast hoeveel tabletten de patiënt dagelijks moet nemen. Hiermee wordt de stolling van het bloed binnen vastgestelde grenzen gehouden.

 

Stofnaam Ook bekend als
Acenocoumarol Sintrom
Fenprocoumon Marcoumar

 

Nieuwe orale anticoagulantia (NOAC)

 

Een alternatief voor bovengenoemde medicijnen zijn de zogeheten nieuwe orale anticoagulantia (NOAC). Een voordeel is dat de medicijnen een vaste dosis per dag kennen. Daarnaast hoeft er geen controle van de stollingstijd plaats te vinden door de trombosedienst. Een nadeel is dat er, in tegenstelling tot de traditionele anticoagulantia, geen middel is om in acute situaties het bloed te laten stollen. Er is in ons land dan ook nog enige voorzichtigheid in het voorschrijven van deze medicijnen.

 

Stofnaam Ook bekend als
Dabigatran Pradaxa
Rivaroxaban Xarelto