header_cardiologen3

Inwendige Cardioverter Defibrillator (ICD)

Een Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD) is een klein elektronisch apparaat dat kan worden geïmplanteerd bij bepaalde hartritmestoornissen of een verhoogde kans daarop. Het is een kleine computer die bij een te snel hartritme ingrijpt door een stroomstoot af te geven. Op die manier kan het normale ritme snel worden hersteld.

 

Een ICD heeft veel weg van een pacemaker, maar is iets groter van formaat. Het systeem bestaat uit een grote batterij die ongeveer zes jaar meegaat en een klein computertje. Het apparaatje wordt met één of meer elektroden met het hart verbonden. Een ICD controleert voortdurend het hartritme. Bij een kamerritmestoornis zal de ICD eerst proberen om die te verhelpen door het afgeven van kleine elektrische pulsjes. Wanneer dit niet helpt zal een grotere stroomstoot volgen. 

 

De ICD-implantatie

 

Voor de implantatie van een ICD wordt de patiënt twee dagen opgenomen in het Medisch Centrum Leeuwarden. De implantatie wordt gedaan door een cardioloog van het Antonius Ziekenhuis. De ICD wordt onder plaatselijke verdoving op de katheterisatiekamer ingebracht, onder de huid. Dit gebeurt meestal links op de borst.

 

Nadat de huid is verdoofd maakt de cardioloog een kleine snee in de huid. Vervolgens zoekt hij de ader onder het sleutelbeen op en schuift daardoor de elektroden op naar het hart. Daar worden ze vastgezet. De elektroden worden verbonden met de ICD, die in een holte onder de huid wordt gelegd. Daarna wordt de werking van de ICD getest door kunstmatig kamerfibrilleren op te wekken. Hiervoor krijgt de patiënt een lichte narcose toegediend. Als blijkt dat het apparaat goed werkt wordt de huid met een oplosbare hechting gesloten.

 

Na de implantatie

 

Om ervoor te zorgen dat de elektroden goed vastgroeien in de wand van het hart mag de patiënt een tijdje geen plotselinge bewegingen met de arm maken en niet te zwaar tillen. Tijdens periodieke controles zal de pacemaker/ICD-technicus de werking van de ICD blijven controleren. Met een speciaal apparaat leest de technicus alle opgeslagen instellingen en gegevens uit en zal hij een aantal metingen verrichten. Tijdens de controle zal worden gekeken of er hartritmestoornissen zijn geweest. Als dit het geval is kan het soort hartritmestoornis, de datum en het tijstip uitgelezen worden. De ICD is in staat al deze informatie in het geheugen op te slaan.

 

Home-monitoring

 

In sommige gevallen is het mogelijk dat de patiënt een apparaatje mee naar huis krijgt waarmee de ICD uitgelezen kan worden. Dit kunnen geplande periodieke controles zijn, maar in geval van klachten kan de patiënt ook gegevens opsturen. De uitgelezen gegevens worden via de telefoonlijn verzonden naar een computersysteem en de technicus in het behandelende ziekenhuis kan deze gegevens uitlezen en samen met de cardioloog beoordelen. Op deze manier is het voor de patiënt niet nodig om naar het ziekenhuis te komen, tenzij dit voor de conditie van de patiënt wel noodzakelijk is. Dit wordt 'controle op afstand' genoemd.