header_cardiologen3

Bypass- of omleidingsoperatie

Wanneer tijdens onderzoek vernauwingen zijn ontdekt in de kransslagaders zijn er een aantal behandelmogelijkheden. Soms is een aanpassing van de leefstijl of het gebruik van medicatie voldoende om de klachten te laten verdwijnen. Ook kan een vernauwing worden opgeheven door middel van een dotter- of stentbehandeling. Bij ernstige vernauwingen zijn deze behandelingen niet altijd mogelijk. In dat geval kan de cardioloog kiezen voor een bypassoperatie.

 

Bij een bypassoperatie wordt de vernauwing niet weggehaald, maar wordt het bloed om de vernauwing heen geleid. Deze omleiding wordt gemaakt van een stuk ader, dat uit het lichaam van de patiënt wordt gehaald. Er zijn verschillende aders die hiervoor kunnen worden gebruikt. De borstslagaders, die onder het sleutelbeen liggen, hebben de voorkeur. Uit onderzoek blijkt dat die het beste resultaat geven. Naast de borstslagaders kunnen ook aders uit de benen worden gebruikt. De bloedvoorziening wordt door andere aders opgevangen.

 

De operatie

 

Om bij het hart te komen zaagt de chirurg het borstbeen van de patiënt in het verlengde open, waarna hij de ribben aan de kant kan duwen. Op deze manier kan hij niet alleen het hart bereiken, maar ook de borstslagaders klaarmaken om als omleiding te dienen. De operatie vindt meestal plaats op een stilgelegd hart. Hiervoor worden de grote bloedvaten aangesloten op een hart-longmachine, die de bloedcirculatie en de functie van de longen tijdens de ingreep overneemt. Na de operatie wordt het hart weer op gang gebracht en de machine afgekoppeld.

 

Een andere methode is een operatie op een kloppend hart. Bij deze vrij nieuwe manier van opereren wordt slechts een klein deel van het hart stilgelegd, door zuignappen rond de kransslagader te zetten. Bij deze zogeheten octopusmethode blijft de rest van het hart gewoon kloppen.

 

Na de operatie

 

Een bypassoperatie duurt vier tot vijf uur. Om overtollig vocht af te voeren worden tijdens de operatie een aantal slangetjes in het operatiegebied gelegd. Hierna wordt het borstbeen met metaaldraad gehecht. Na de ingreep gaat de patiënt naar de intensive care, waar hij meestal een dag verblijft. Daarna begint de revalidatie op een verpleegafdeling onder begeleiding van verpleegkundigen en een fysiotherapeut. Afhankelijk van het herstel wordt de patiënt na één tot twee weken uit het ziekenhuis ontslagen.

 

Om het het herstel na de operatie te bevorderen biedt het Antonius Ziekenhuis na ontslag poliklinisch 'hartrevalidatie' aan. Tijdens dit programma is aandacht voor het verbeteren van de conditie, voorlichting en verwerking door middel van verschillende deelprogramma's.  Lees meer over hartrevalidatie of bekijk de folder.