header_secretaresses4

Diabetes

Om de energievoorziening in ons lichaam in stand te houden haalt het lichaam glucose uit de koolhydraten in de voeding. De glucose wordt vervolgens in de vorm van bloedsuiker vervoerd naar organen en weefels. Om de glucose te verwerking is insuline nodig, een hormoon dat in de alvleesklier wordt gemaakt. In de normale situatie kan het lichaam vrij nauwkeurig de hoeveelheid bloedsuiker in het lichaam in evenwicht houden. Bij patiënten met diabetes faalt dit mechanisme echter, waardoor de glucosespiegel te hoog oploopt. Dat is op termijn schadelijk voor de gezondheid.

 

Diabetes wordt niet altijd even snel ontdekt. Symptomen van de ziekte zijn onder andere moeheid, grote dorst en veel urineren. De glucosespiegel kan met speciale apparaatjes worden gemeten via een kleine druppel bloed. Afhankelijk van een moment van de dag schommelt de uitslag normaal gesproken tussen de 4,0 en de 8,0 mmol per liter. Een te lage waarde wordt hypoglykemie (hypo) genoemd, een te hoge waarde hyperglykemie (hyper). De behandeling is afhankelijk van de soort diabetes.

 

Diabetes en hart- en vaatziekten

 

Mensen met diabetes hebben meer risico om een hart- of vaatziekte te krijgen. Dit heeft een aantal oorzaken. Ten eerste raakt bij diabetes naast de glucosestofwisseling vaak ook de vetstofwisseling ontregeld, waardoor er teveel slecht cholesterol in het bloed terechtkomt. Daardoor is er meer kans op slagaderverkalking. Bij mensen met diabetes gaat de ontwikkeling van deze verkalking vaak ook sneller dan bij mensen zonder de ziekte. Veel diabetespatiënten hebben daarnaast een verhoogde bloeddruk, waardoor de kans op hart- en vaatziekten wordt vergroot.