header_pacemakertechnici5

Klepgebreken

Het hart telt vier hartkleppen, die ervoor zorgen dat het bloed in het hart maar één kant op kan stromen. Bij een gezond hart openen de kleppen zich volledig en sluiten ze zich daarna ook goed, zodat er geen bloed terug kan lekken. Bij een beschadiging van de kleppen is dit echter niet het geval.

 

Wanneer er sprake is van een vernauwing van de klep door vergroeiing van de klepdelen en verkalking spreekt men van stenose. Het hart heeft hierbij moeite om het bloed door de opening te persen, wat een extra belasting voor de hartspier vormt. Wanneer een klep niet goed sluit is er sprake van lekkage, dit wordt ook wel insufficiëntie genoemd. Dit kan worden veroorzaakt door beschadiging, verslapping of uitrekking van de klepdelen. Bij insufficiëntie moet het hart harder werken om het teruggestroomde bloed weer weg te pompen.

 

Oorzaken

 

Er zijn verschillende oorzaken voor hartklepafwijkingen. De afwijkingen kunnen al bij de geboorte aanwezig zijn, maar ook in een later stadium optreden. In het geval van een aangeboren afwijking kunnen bijvoorbeeld klepdelen met elkaar vergroeid zijn. Ook kunnen kleppen te groot of juist te klein zijn. Belangrijke oorzaken voor klepgebreken in een later stadium zijn een ontsteking van het hart, beschadiging van de hartspier door een hartinfarct en ouderdom.

 

Symptomen en gevolgen

 

De meeste beschadigingen treden op aan de kleppen in de linker harthelft; de aortaklep en de mitralisklep. De symptomen zijn afhankelijk van de soort klep en de vorm van beschadiging.

 

Behandeling

 

De behandeling van klepgebreken is sterk afhankelijk van de soort aandoening en de aanwezige symptomen. Soms is behandeling niet noodzakelijk en is periodieke controle door een cardioloog voldoende. Medicijnen kunnen worden voorgeschreven om de belasting van het hart te verlagen. Vaak worden daarnaast antistollingsmiddelen gegeven om het vormen van bloedstolsels tegen te gaan.

 

Soms kan een vernauwing van een klep worden verholpen door in de klep een ballonkatheter te leggen en die op te blazen. De klep wordt hierbij opgerekt, waardoor het bloed weer beter door kan stromen. De procedure voor deze zogenoemde ballondillatatie is te vergelijken met een hartkatheterisatie.

 

Bij ernstige klepafwijkingen kan een operatie nodig zijn. De aangedane hartklep kan hiermee worden gerepareerd of worden vervangen door een kunstklep. Wanneer mensen met niet in aanmerking komen voor een chirurgische ingreep, bijvoorbeeld doordat het risico op complicaties te groot is, kan worden gekozen voor een vervanging van een klep via de lies of de schouder. Deze relatief nieuwe behandeling is mogelijk bij de aortaklep en in sommige gevallen de pulmonalisklep.